Stilte na de storm

Alzheimer vroeger opsporen via taal en hersengolven

3 min
20-09-2026
Tekst Jan Coessens

De ziekte van Alzheimer sluimert meestal al jaren voor de eerste klachten duidelijk worden. Onderzoekers van de Universiteit Antwerpen zoeken naar manieren om veranderingen in de hersenen vroeger, betrouwbaarder en minder invasief op te sporen.

Een naam vergeten, moeilijker op woorden komen of plots anders reageren dan vroeger: zulke klachten kunnen een eerste signaal zijn van een hersenziekte. Maar hoe ga je na of dat ook echt zo is? Neurologe Rose Bruffaerts van het Departement Biomedische Wetenschappen en haar team zoeken naar nieuwe manieren om signalen van cognitieve achteruitgang vast te stellen met metingen van de hersenactiviteit.

Leren uit vakantieverhalen


"Wie vandaag met geheugenklachten naar de dokter gaat, legt eerst verschillende tests af. Daarbij worden scores voor geheugen, taal of aandacht vergeleken met wat normaal is voor je leeftijd en opleidingsniveau. Vaak volgt nog een MRI-scan en soms een prik in de onderrug om hersenvocht af te nemen", legt Bruffaerts uit. "Wij kozen ervoor om testopdrachten te ontwikkelen die dicht bij het dagelijkse leven staan. Deelnemers lezen bijvoorbeeld zinnen of vertellen over hun laatste vakantie. Dat voelt natuurlijker en levert resultaten op die minder door stress worden beïnvloed."

Van taalmodellen tot AI


De onderzoekers kijken niet alleen naar wat iemand zegt, maar ook naar hoe. "Met taalmodellen en artificiële intelligentie analyseren we onder meer woordkeuze, spreeksnelheid, pauzes en klemtonen", zegt Bruffaerts.

Tegelijk meet het team met een EEG hoe de hersenen reageren. De deelnemer draagt daarvoor een soort muts met sensoren die de elektrische activiteit van de hersenen registreren. Bruffaerts: "Door die activiteit te vergelijken met gezonde vrijwilligers en verschillende patiëntengroepen zoeken we naar patronen die alzheimer en andere ziekten vroeger opsporen." Ook het heel nauwkeurig meten van oogbewegingen vormt een nieuwe onderzoekspiste.

Meer dan alzheimer


Voor alle duidelijkheid: de ziekte van Alzheimer verwijst naar de hersenziekte waarbij de eiwitten amyloïd en tau zich in het brein opstapelen. Als die ziekte – of een andere – zich ontwikkelt tot cognitieve problemen die zo ernstig worden dat iemand niet meer zelfstandig kan functioneren, dan spreken we over dementie.

Dementie kan met andere woorden verschillende oorzaken hebben. Ook problemen met de bloedtoevoer naar de hersenen of ophopingen van andere eiwitten kunnen tot dementie leiden. Een ander type eiwitopstapelingen zien we bij frontotemporale degeneratie, wat vaker voorkomt bij patiënten die jonger dan 65 jaar zijn, en waarbij we daarom van jongdementie spreken.

quote image

"Door de hersenactiviteit te vergelijken zoeken we naar patronen die de ziekte van Alzheimer vroeger kunnen opsporen."

Rose Bruffaerts

Sneller duidelijkheid


"Zeker jongere patiënten krijgen soms eerst een diagnose van depressie of burn-out", zegt Bruffaerts. "Families vertellen ons dat ze jarenlang van de ene naar de andere arts worden gestuurd voor er duidelijkheid komt. Uit studies weten we dat het gemiddeld meer dan vier jaar duurt voor patiënten met jongdementie de juiste diagnose krijgen."

Vroege detectie wordt bovendien belangrijker nu nieuwe behandelingen het alzheimer-ziekteproces kunnen afremmen. "Recent ontvingen twee medicijnen goedkeuring van het Europees Geneesmiddelenbureau, en die zijn bedoeld voor een beperkte groep patiënten in een vroeg stadium. Maar ook algemeen geldt: hoe vroeger we weten wat er aan de hand is, hoe sneller patiënten toegang krijgen tot de meest geschikte zorg."

Steun het onderzoek


Wil je meehelpen om alzheimer en andere hersenziekten vroeger op te sporen?
Steun het alzheimeronderzoek van de Universiteit Antwerpen via het Universiteitsfonds.

Deel dit artikel