Het vrouwenhart krijgt steeds meer de aandacht die het verdient
In het kort:
- Hart- en vaatziekten zijn wereldwijd de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen
- Een hartinfarct kan zich bij vrouwen anders uiten. Pijn of druk op de borst blijft het meest voorkomende symptoom, maar bijkomende klachten zijn soms minder herkenbaar.
- Vrouwspecifieke risicofactoren vragen om gerichtere diagnostiek en zorg.
- Sinds 2023 wordt bewustwording steeds meer omgezet in actie, met nieuwe Europese initiatieven, een zorgmodel voor vrouwenhartcentra, een vernieuwde definitie van het hartinfarct en een Belgische Gender Task Force.
Emeline Van Craenenbroeck is professor cardiologie aan UAntwerpen (Faculteit Geneeskunde & Gezondheidswetenschappen) en hartfalenspecialist in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA). In 2023 legde ze in een van onze artikels uit waarom hartinfarcten bij vrouwen te lang onderbelicht bleven. Die analyse staat vandaag nog altijd overeind. Maar intussen groeit er ook een concreet antwoord, in onderzoek, diagnostiek, zorg en beleid. Naar aanleiding van de Week van het Hart van de Cardiologische Liga zetten we het vrouwenhart graag opnieuw in de kijker.
Eén klassiek beeld, niet het hele verhaal
Een man die bij koude temperaturen een restaurant verlaat, naar zijn borst grijpt en door een hevige pijn wordt overvallen. Het bekende beeld uit de medische illustraties van Frank Netter, bij heel wat generaties geneeskundestudenten gekend uit hun cursussen, bepaalde decennialang hoe we ons een hartinfarct voorstellen. Het beeld is niet fout, maar wel onvolledig.
“Het klassieke beeld van een hartinfarct is wel degelijk accuraat, maar slechts voor een bepaalde groep patiënten, namelijk mannen. Bij vrouwen kan het er ook heel anders uitzien”, zegt Van Craenenbroeck. Pijn, druk of een beklemmend gevoel op de borst blijft zowel bij mannen als vrouwen het meest voorkomende symptoom. De pijn kan uitstralen naar een arm, de rug, de kaak of de tanden. Toch melden vrouwen daarnaast relatief vaak diverse klachten die minder snel met het hart worden verbonden, zoals misselijkheid, duizeligheid, ongewone vermoeidheid of kortademigheid. Net daar schuilt een risico. Wie de signalen niet herkent, beschouwt dergelijke symptomen mogelijk als minder dringend en wacht daardoor te lang om medische hulp te zoeken.
Risicofactoren die te vaak buiten beeld blijven
De bekende risicofactoren blijven belangrijk voor iedereen: roken, hoge bloeddruk, diabetes, overgewicht, een te hoog cholesterolgehalte en weinig beweging. Ze doen de grote bloedvaten in het hart dichtslibben en kunnen zo tot het klassieke infarct van de Netterafbeelding leiden. Hoewel dit zowel bij mannen als vrouwen een belangrijke oorzaak van een hartinfarct is, komen bij vrouwen relatief vaker andere ziekteprocessen voor die minder gemakkelijk met klassieke onderzoeken worden opgespoord.
Zo kunnen zwangerschapscomplicaties zoals zwangerschapsvergiftiging een vroeg signaal zijn van een verhoogd cardiovasculair risico later in het leven. Ook hormonale veranderingen en een vroege menopauze kunnen meespelen. Daarom volstaat het niet om alleen naar de klassieke risicofactoren te vragen. Ook de zwangerschapsgeschiedenis en andere levensfasen horen thuis in een goede cardiovasculaire risico-inschatting. Bovendien ligt het probleem niet altijd in een duidelijke vernauwing van de grote kransslagaders. Bij vrouwen komen klachten door een verstoorde werking of samentrekking van de kleine bloedvaten relatief vaak voor.
Niet elk hartprobleem vraagt dezelfde aanpak
Dat heeft gevolgen voor diagnose en behandeling. Een stent kan een grote, vernauwde kransslagader openhouden, maar biedt geen oplossing wanneer de oorzaak elders ligt. “Als tijdens een ingreep geen vernauwing van de grote bloedvaten wordt gevonden, mag het onderzoek niet automatisch stoppen”, benadrukt Van Craenenbroeck. Aanvullende beeldvorming of functietesten van de kleine bloedvaten kunnen nodig zijn om te achterhalen wat er wél aan de hand is.
Ook voor medicatie en hartrevalidatie bestaat er geen aanpak die voor iedereen hetzelfde werkt. Vrouwen waren en zijn in veel cardiovasculaire studies ondervertegenwoordigd. Dat moeten we absoluut aanpakken, vindt Van Craenenbroeck. “Alle mogelijke drempels moeten we wegwerken om actief vrouwelijke deelnemers te rekruteren! Nu weten we nog onvoldoende in welke mate de resultaten voor mannen ook gelden voor vrouwelijke patiënten, bijvoorbeeld wat betreft de juiste medicatie of dosis.”
“Het klassieke beeld van een hartinfarct is wel degelijk accuraat, maar slechts voor een bepaalde groep patiënten, namelijk mannen. Bij vrouwen kan het er ook heel anders uitzien."
Van bewustwording naar concrete verandering
Het beter opsporen en opvolgen van hartproblemen bij vrouwen is nochtans van levensbelang. “Hartaandoeningen zijn wereldwijd ook bij vrouwen de voornaamste doodsoorzaak, nog boven borstkanker”, vertelt Van Craenenbroeck. In 2023 eindigde haar verhaal daarom vooral met een oproep tot meer bewustzijn. Drie jaar later is het probleem niet opgelost, maar de beweging is wel tastbaarder geworden.
Meer Europese aandacht
Met het Europese Safe Hearts Plan van december 2025 en de nieuwe Europese beleidsaandacht voor vrouwengezondheid krijgt ook de gezondheid van het vrouwenhart een duidelijkere plaats op de agenda. Het Safe Hearts Plan besteedt expliciet aandacht aan genderongelijkheid en wil de ontwikkeling van cardiovasculair onderzoek, innovatie en preventie in Europa gericht versterken.
Een nieuwe definitie moet gemiste infarcten helpen voorkomen
Eind augustus 2026 verscheen een nieuwe internationale definitie van het hartinfarct, opgesteld door de ESC, ACC, AHA en World Heart Federation. Voor het eerst bevat die sekse-specifieke grenswaarden voor troponine, een belangrijke bloedwaarde om hartspierschade vast te stellen. Dat moet bijdragen aan een nauwkeurigere diagnose bij vrouwen. Ook SCAD, een spontane scheur in de wand van een kransslagader die vooral vrouwen treft, en MINOCA, een hartinfarct zonder duidelijke verstopping van de kransslagaders, krijgen binnen deze nieuwe definitie een duidelijkere plaats.
Ook België beweegt
De Belgian Society of Cardiology richtte in 2026 een Gender Task Force op. Die wil sekse- en genderverschillen beter integreren in cardiologisch onderzoek, onderwijs en zorg. Van Craenenbroeck maakt deel uit van die taskforce.
Binnen de Vrouw en Hart-kliniek van het UZA loopt daarnaast onderzoek naar vroege tekenen van vaatschade en het cardiovasculaire risico bij vrouwen na zwangerschapscomplicaties zoals zwangerschapsvergiftiging.
Het vrouwenhart verdient een eigen aanpak
De belangrijkste vaststelling uit 2023 blijft dus overeind: hart- en vaatziekten bij vrouwen zijn geen afgeleide van wat bij mannen wordt gezien. Verschillen in symptomen, risicofactoren en ziekteprocessen moeten dus vanaf het begin worden meegenomen in onderzoek en zorg.
Toch is de slotboodschap vandaag hoopvoller. Het vrouwenhart staat niet langer alleen op de agenda dankzij losse sensibiliseringscampagnes. Er ontstaan nieuwe onderzoeksprogramma's, gespecialiseerde zorgmodellen, aangepaste diagnostische criteria en structurele samenwerkingen. De uitdaging is nu om die plannen consequent om te zetten in dagelijkse praktijk, zodat elke vrouw sneller de juiste diagnose, behandeling en opvolging krijgt.